dinsdag 27 augustus 2013

We worden volwassen (of toch niet?)

Binnenkort ga ik samenwonen met een vriend van mij. Hij woont tijdelijk in een kamer van een meisje dat zich momenteel bevindt in Argentinië; ik wil goedkoper gaan wonen. Het idee ontstond op een feestje van Melissa, een gezamenlijk vriendinnetje van ons. Er waren nog maar enkele biertjes gedronken, het idee moest dus gemeend zijn. Na het concept besproken te hebben, vonden we het toch een beter idee om de drankjes en de mensen om ons heen van aandacht te voorzien. ''We praten later wel verder'', waren onze laatste woorden die avond over het idee.
De ochtend daarna schrok ik wakker op m'n bank, Bart ontwaakte in zijn eigen bed. Beetje bij beetje probeerde ik de nacht terug te halen. ''Wat is er allemaal gebeurd vannacht?'' En toen wist ik het ineens weer: Bart en ik willen gaan samenwonen! Is dat voor, tijdens of na het dronkenschap besproken? Lichtelijk in paniek belde ik hem op. Na eerst aan te moeten horen hoe brak hij zich voelde, gooide ik de vraag op tafel. ''Bart, wat hebben wij gisteren besproken?'' Hetgeen dat ik vermoede klopte.

Na ons gesprek begon ik te wennen aan het idee. Het betrof een totaal nieuw avontuur. Een avontuur dat ik nog niet eerder heb meegemaakt. Mijn avontuur in Utrecht ben ik begonnen in een studentenhuis - zonder meer een mooie tijd, daarna samen met mijn ex-vriendinnetje en vervolgens betrok ik een appartment in de binnenstad van Utrecht. Het is jammer dat ik mijn plek in de binnenstad op ga geven, maar goed, dat wist ik al voordat ik daar ging wonen. Omdat ik zo graag nog eens echt in de binnenstad wilde wonen, stemde mijn ex-vriendinnetje toentertijd toe dat ik voor enige tijd zelfstandig een appartement zou betrekken aldaar - op voorwaarde dat zij en ik vervolgens samen een plekje zouden zoeken en betrekken, dat dan weer wel. Zij vond het echter stiekem ook wel heel fijn om na het stappen kruipend huiswaarts te kunnen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alle winkels zich ineens op loopafstand bevonden. De relatie eindigde, ik bleef wonen waar ik woon. Ondertussen hoor ik momenteel de begintune van Friends alwaar The Rembrandts zingen ''So no one told you your life was gonna be this way...''

Ik was net afgestudeerd, had geen studiefinanciering meer, had nog geen vaste baan, het huren begon ietwat prijzig te worden. The Rembrandts zingen door  ''It's like you're always stuck in second gear...'' Het vooruitzicht van het nieuwe avontuur met Bart begon goed aan te voelen. We waren het er nog niet over eens in welke wijk we wilde gaan wonen. Blijven we in het centrum? Genieten de ietwat rustigere wijken toch meer onze voorkeur? Die vragen kwamen bij ons op. We besloten de makelaars die Utrecht kent maar eens te raadplegen. Al snel kregen we door dat het aanbod tegenviel. Vonden we iets leuks, dan was het per direct. Dat kwam toch ietwat snel.
En toen uit het niets werd ik getipt door een collega. Hij kende iemand die haar appartement wilde verhuren. Het klonk te mooi om waar te zijn na de beschrijving van het appartement. Ons idee van een appartement delen was nog vers. Na contact opgenomen te hebben met de verhuurster, na een kijkavond de nodige biertjes op het Ledig Erf te hebben genuttigd en de voors en tegens besproken te hebben, kwamen we tot de conclusie dat deze kans niet aan ons voorbij mocht gaan. We gaan ervoor, zo concludeerde we.

Inmiddels zijn de contracten getekend. Het avontuur gaat binnenkort beginnen. Beetje bij beetje ben ik mijn appartement aan het leegruimen, worden de verhuisdozen voller en voller.
Bart en ik hebben inmiddels uitvoerig nog eens alle seizoenen van Friends bekeken. Dit om alvast in de stemming te komen van hoe het zal moeten gaan worden bij ons thuis. Nu maar hopen op drie goedlachse overbuurmeisjes en onze serie is bijna compleet. Wie de rol van Ross zal gaan vertolken blijft nog in het midden.
Daarnaast hebben hij en ik respectievelijk opdrachten bij Eneco binnen weten te slepen en een baan binnen de forensische psychiatrie.
Waar het tot een maand geleden nog allemaal gewoon en onzeker begon te worden, daar is er in korte tijd een hoop veranderd. We worden beetje bij beetje volwassen. Toch zullen Bart en ik altijd jongetjes blijven. Zeker nu wij samen gaan wonen. Het is net als de maandelijkse periode van dames die samenwonen. Bart en ik gaan er alles aan doen elkaar jong te houden. Het lukt ons al jaren, het wordt straks alleen maar gemakkelijker.
De befaamde vrijdagavondborrel gaat twee locaties verliezen, maar krijgt er een toplocatie voor terug. Melissa, onze enige echte weiger-dj zal er ongetwijfeld tevreden mee zijn - ja zelfs op het moment dat er een poes rondloopt.
Hoe het zal worden, hoe het zal zijn blijft nog een onbekend mysterie. Een mysterie dat Bart en ik van harte gaan ontrafelen. 

Het liedje loopt ten einde, The Rembrandts zijn bijna klaar. Nog één zin, deze is ook voor jou, Bart - puur platonisch: ''I'll be there for you 'cause you're there for me too.''




vrijdag 23 augustus 2013

Work is a ball game

Feyenoord beleeft een dramatische competitiestart, de New York Yankees ervaart een treurig seizoen. Echter zijn vaak enkel de supporters teleurgesteld, althans zo lijkt het. De sporters krijgen hun salaris toch wel. Dan maar weer geen landstitel of de World Series winnen. Het zij zo.

Afgelopen donderdag ben ik aangenomen bij een tbs-kliniek. Na een goed gesprek, enthousiast gemaakt te zijn door mijn leidinggevende, heb ik mijn handtekening gezet op de daarvoor bestemde contracten en documenten. Het voelde niet als een sollicitatiegesprek, meer als een luchtig en werk-gerelateerd gesprek met collega's. Na ongeveer 5 minuten zakte ik dan ook iets meer onderuit in mijn stoel, en kwam mijn 'kom maar op'-houding ten tonele. In nog geen half uur was alles rond - men stelde voor om het arbeidsvoorwaardengesprek ook plaats te laten vinden, ik was er nu toch. Voor ik het wist was ik weer door de detectiepoortjes en stond ik buiten voor het gebouw - een gebouw dat er overigens heel somber uitziet met tralies voor de ramen, zelfs tijdens een mooie zomerse dag.
Aldaar ga ik ook onderdeel uitmaken van een team. Net als een sportteam zal ik gaan moeten vertrouwen op mijn teamleden, op hen ingespeeld zijn. Het is soms net als een potje voetbal. Iedereen op het veld heeft hetzelfde doel voor ogen. De bal moet het doel in van de tegenstander, het liefst eindigt men met dubbele cijfers. Kan dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Heb je geluk, dan blijft een straf uit. Met een beetje geluk krijg je enkel een gele kaart. Mocht het echt te ver gaan, dan volgt er een rode kaart en mag je gaan douchen. Maar ach, je wordt hooguit een paar wedstrijden geschorst. Niets aan de hand, na een korte periode is iedereen het toch weer vergeten. Op zich ook wel lekker om even 'vrij' te zijn. Het salaris zal er niet snel minder om worden.
Bij mij zal dat straks anders zijn. Kan ik tijdens een 'fout aangespeelde bal' niet nonchalant mijn schouders ophalen, het veld aflopen met opgeheven hoofd. Nee, dat kan niet. Op het moment van een incident, een crisis, wanneer mijn pieper een signaal afgeeft dat een collega in nood is, dan moet ik er staan. Je moet op elkaar ingespeeld zijn. Op dat soort momenten moet je er voor elkaar zijn. Anders dan in de reguliere psychiatrie zal het vertrouwen in de teamleden nog groter zijn. Je moet wel. Zonder elkaars steun, wetende dat je collega's je rug dekken indien nodig, is werken op een afdeling niet te doen. Niet dat het onderlinge vertrouwen ontbreekt in een team van de reguliere psychiatrie, maar de werkomgeving in de forensische psychiatrie is doorgaans anders, heftiger. Je bent meer op je hoede, werkt met de grootste en ziekste misdadigers van Nederland, draagt niet voor niets een pieper en hebben klinieken hun eigen calamiteitenteams.

Waar ik mezelf voorheen druk kon maken om een verloren wedstrijd van Feyenoord, het mislopen van World Series van de Yankees - zwaar chagrijnig als aartsrivaal Boston Red Sox de finale wel bereikte en ook nog eens won, daar is dat vandaag de dag naar de achtergrond verdwenen. Winnen de teams het dit jaar niet, dan is er altijd nog een volgend jaar. Domme pech, jammer, wie weet dat het volgend seizoen beter gaat.
Dit is echter niet te zeggen in mijn vakgebied. Schat een collega een situatie verkeerd in; schat ik een situatie verkeerd in, dan kan het zomaar zijn dat er geen volgend 'seizoen' meer in zit. En geloof me, er komt niet zomaar een nieuwe collega transfervrij voor terug van een andere kliniek. En nee, er wordt ook geen miljoenen voor betaald.

Na dit op papier gezet te hebben, klinkt het allemaal dramatisch, alsof er altijd maar ellende plaatsvindt. Dat is niet zo. Het is algemeen bekend dat een tbs-kliniek veiliger is dan een café. In een kliniek weet je wie je tegenover je hebt, wie er binnen luttele seconden na de alarmknop van je pieper ingedrukt te hebben allemaal naast je staan om te helpen. In een café weet je doorgaans niet wie je tegenover je hebt, wie je rug dekt.
Met gezonde angst en zin ga ik het avontuur tegemoet. Zal het mijn debuut gaan worden op het gebied van de forensische psychiatrie. Stap ik straks net als een honkballer voor het eerst naar de slagplaat. Ogen zullen gericht op mij zijn, mensen houden mij in de gaten. De pitcher zal ik enkele keren diep in de ogen kijken om te bespeuren wat voor soort worp hij zal gooien. Iets dat ik iedere slagbeurt zal blijven doen. De eerste innings word ik uitgetikt of betreffen het vangballen in het voordeel van de tegenpartij. Terug in de dugout praten teamleden mij moed in. "Je kunt dit, Andrew, geef niet op, wij geloven in je." Zelfverzekerd na de peptalk verlaat ik de dugout en begeef ik mij opnieuw naar de slagplaat. Even lijkt het erop dat de pitcher weer gaat winnen, maar na twee slag is het raak. Ik sluit mijn ogen, haal diep adem en haal vernietigend uit met de knuppel. Er valt een doodse stilte. Dan hoor ik het publiek en mijn teamleden uit hun dak gaan. Als ik mijn ogen weer open zie ik het met sierletters op het scorebord staan: homerun.


dinsdag 20 augustus 2013

Kom maar op!

Ooit in een ver verleden - het jaar 2011 om precies te zijn - ben ik eens begonnen met het schrijven van blogs. Jantine, een meisje dat ik reeds enige jaren ken bracht mij op het idee. Hulde, dat heb je goed gedaan, Tine.

De blogs destijds gingen over van alles en nog wat. Veelal onzin, dat kan ik niet ontkennen. Maar goed, het was best fijn dat soort onzin, dat overigens velen van mij gewend zijn, eens op papier te zetten - digitaal te verwoorden beter gezegd. 

Lange tijd heb ik niet meer geschreven. De druk van het afstuderen, het vele werken en ondertussen ook nog eens het contact onderhouden met mijn netwerk voorkwam dat. Juist daarover kan ik nu schrijven. Het leven dat ik voorheen leidde, en wat ik wil gaan leiden. 

Want ja, ik ben afgestudeerd en heb voor het eerst in mijn leven zeeën van tijd. In het begin was dat best fijn. Trok ik veelal met vrienden het park in, werden terrasjes dagelijks bezocht en viel beetje bij beetje het drukke leven dat ik jaren leidde van mij af. Heerlijk! Om niet te vergeten de opluchting bij mijn vriendengroep die mij eindelijk weer eens vaker kon zien. 

Maar toch, al die jaren had ik een bepaald ritme, deed ik het ergens voor - niet dat ik nu ineens geen doel meer heb c.q. levenslust, wees gerust!
Ik begon een studie en kon mij daar jaren op focussen. Tegen het einde van mijn studie ging ik tevens zelf ook nog eens lesgeven aan eerstejaars. Ik was student en genoot er met volle teugen van. Het leven bestond uit studeren, werk, veel nieuwe mensen leren kennen en de feestjes en kroegen afgaan die Utrecht rijk is. Een prima leven vond ik zo.
Maar goed, toen kwam het moment daar: ik studeerde af. Al die jaren was ik bezig om dat te bereiken. Toen het eenmaal daar was, toen voelde dat toch anders dan ik gehoopt had. Het is uiteraard fijn het afgerond te hebben, niets meer te hoeven voor een studie, maar toch mis ik het stiekem nu al. Dit komt voornamelijk door het feit dat ik nu veel vrije tijd heb. Ineens ging ik van heel druk, naar heel rustig. Zoals ik al eerder beschreef ging mij dat de eerste weken prima af. Maar degenen die mij beter kennen weten dat twee maanden 'vakantie' niet aan mij besteedt is. Langzaam werd ik straatmeubilair voor mijn eigen deur, leerde de buurt mij in no time kennen. Mijn huisgenootjes vroegen zich dikwijls bezorgd af waarom ik alweer met een boek voor de deur zat. Zo kende de meiden mij helemaal niet. Lichte paniek bij hen, maar ik kon hen snel geruststellen. Doorgaans lukte mij dat overigens door alcohol in het spel te brengen. Het is soms ook zo gemakkelijk...

Opmerkelijk is dat er ineens zaken kunnen gaan spelen die ik voorheen liever niet ten tonele wilde laten komen. Het punt gaat nu aanbreken dat je echt iets moet gaan doen met je leven - wauw, bah wat klinkt dat cliché zeg! Maar het is wel zo. Want waar vrienden van mij afstudeerde, gingen werken en zich gingen settelen, daar bevind ik mij ook richting dat leven. Oké, mijn relatie is nog dusdanig 'pril' dat dat er nog niet inzit, maar toch. Voorheen kon ik mij prima schuilen achter mijn befaamde woorden ''Ach, eerst afstuderen en dan komt het vanzelf wel.'' Nou Andrew, dan heb ik een leuk weetje voor je: die tijd gaat nu aanbreken. Oké fijn, nu ga ik ook al in de tweede persoon schrijven. Snel focus ik mij dan maar op het winnen van de pot van wie het eerst trouwt en/of kinderen krijgt in mijn vriendengroep. Want kom op, het geld kan ik goed gebruiken.

Het enige werk dat ik momenteel heb betreft 'slapen op mijn werk', ook wel bekend als 'slapend rijk worden'. Waar men 'normaal gesproken' overdag werkt en daarvoor betaald krijgt, daar slaap ik op mijn werk en krijg daarvoor betaald. Ideaal, mits het rustig blijft op locatie. Het is dan ook ietwat raar als ik iemand uitleg geef over het werk dat ik doe. Laat staan wanneer ik in een luidruchtige kroeg stond en het uit wilde leggen aan iemand. Het is sowieso niet verstandig om aan vreemden uit leggen dat je in de psychiatrie werkt. Voor je het weet komen al hun problemen op tafel. Daar ging mijn leuke stapavond.

Maar het wordt tijd voor iets nieuws, althans iets erbij. Daarom heb ik gesolliciteerd voor een functie in de forensische psychiatrie. Een nieuwe en pittige uitdaging waar ik veel zin in heb. Zelf ben ik momenteel werkzaam in de reguliere psychiatrie.
Daarnaast hebben Bart, een goede vriend van mij, en ik sinds kort ook de stap genomen samen een appartement te gaan betrekken. Iets dat ons kennende ongetwijfeld een burgerlijk en mooi avontuur gaat worden. 

Laatst had ik het met een vriendinnetje van mij over het schrijven van een boek. Het denkbeeldige boek zou 'Fifty shades of black'  gaan heten. Echter ervoer ik al snel dat het toch niet zo'n goed idee is om zo'n boek te schrijven. Zij het de moeite om het boek te schrijven, zij het dat het best ongemakkelijk zou zijn om cliënten te begeleiden die het boek gelezen zouden hebben. Het zou een klassiek geval van omgekeerde psychologie gaan worden. Nee bedankt!

Waar ik voorheen een ritme had tijdens mijn jaren van studeren, daar besef ik mij nu dat ik geprikkeld moet blijven om weer een ritme te krijgen. Uitdagingen moet hebben zoals ik die altijd had. Zij het in de vorm van werk, zij het door samen te gaan wonen met een goede vriend van mij. Om dan ook nog eens te voorkomen dat er een sleur gaat ontstaan in dat alles, dan heb je een goede aan mij. 


Niets doen en thuiszitten is niets voor mij, dat is mij inmiddels meer dan duidelijk geworden.

Dus kom maar op, ik ben er klaar voor.