donderdag 27 augustus 2015

Italia, ti amo!

Een ieder heeft wel een land dat hij of zij ambieert. Dit varieert van een tropisch en ver oord tot een land dat grenst aan ons kikkerlandje. Hoe dan ook, iedereen heeft een land waar het hart sneller door en van gaat kloppen.
Na eens nagedacht te hebben heb ik dat ook. Daar waar ik dacht dat met vlag en wimpel Noord-Amerika (goed dit is een continent, dat weet ik overigens en dit terzijde) met vlag en wimpel uit de koker zou komen, daar had ik het toch mis. Er kwam een ander land uit dan ik had verwacht. Niet verwacht is ook niet goed verwoord. Dit land had ik eigenlijk direct moeten ophoesten.

Het betreft Italië. Want dit vind ik een geweldig land. In ieder opzicht welteverstaan. Het biedt alles dat ik nodig heb. Je kunt er goed en (over)heerlijk eten, het heeft mooie dorpen en steden (idealistische dorpjes, ge-wel-dig!), mooie vrouwen, strand, zee en zon. Goed, het is er niet doorgaans mooi weer, maar zelfs tijdens een natuurstorm zou ik mij nog content voelen in Italië. 
Wat betreft de taal: prachtig. Velen zijn eerder gecharmeerd van de Spaanse taal. Ik niet. Ondanks dat dit een mooie taal is, ik vind het het niet mooi en ik vind het te snel. No hard feelings. 

Menigmaal heb ik het land bezocht. Zij het tijdens een vakantie mijn (ex-)vriendinnetjes, dan wel met vrienden. Onlangs zijn mijn vrienden en ik dankzij sprs.me belandt in Verona. Een stad waar ik voorheen niet aan gedacht had, maar via hun concept terecht was gekomen. De euforie op Schiphol was groots. ''We gaan naar Italië!'', riep ik uit. Gelukkig was mijn gezelschap even euforisch als ik. Dat scheelde toch weer. Ondanks dat er tijdens onze stedentrip een hittegolf ten tonele was gekomen, wij hebben ons optimaal weten te vermaken in deze prachtige stad. Onderling elkaar uitmaken voor alles waar de Italianen zich voor zouden schamen, heerlijk. Daarnaast een nekhernia oplopen door de getallen mooie dames die ons voorbij gingen (sorry!). Ja Italië, je doet het goed wat dat betreft. 

Hoe dan ook, het land doe iets. Wat precies, dat is mij een raadsel. Een raadsel waar ik niet achter wil komen. Bang dat dit mijn liefde voor het land verpest? Misschien wel. Inmiddels heb ik alle gedeeltes van het land mogen ontdekken. Heb ik overal een stuk gevonden dat mijn hart gestolen heeft. Van de chaos in het noorden, tot de rust die je kunt vinden in het zuiden. Eveneens zou ik met vlag en wimpel slagen voor mijn rijbewijs in Italië. De rijstijl had ik binnen mum van tijd onder de knie. De auto is overigens nog heel. Hoe dan ook, ik kan niet wachten om het land, waar ik toch stiekem mijn hart aan verloren ben, weer te gaan bezoeken. Eerst maar eens reizen door India, daarna wordt mijn werkrooster gecheckt om vervolgens het zuiden van Europa weer eens te gaan bezoeken. ''Ciao Italia, a presto! Ti amo''.

zondag 17 mei 2015

Muziek verbindt, muziek blijft verbinden


''Muziek begoochelt soms het gemoed. En het maakt, wat goed is slecht; wat slecht is, goed.''  - William Shakespeare

Van jongs af aan heerst muziek om mij heen. Mijn wijlen vader begon met het bespelen van een trompet en eindigde met een trombone. Het was zelfs zo mooi dat vader en zoon, gedurende zijn laatste levensjaren, samen mochten optreden. Mijn moeder, een schooljuffrouw, beheerst de blokfluit als de beste. Daarnaast bezit mijn moeder een hemelse stem. Zowel mijn moeder als vader maakte en maakt deel uit van een koor. Mijn zusje (eigenlijk zus, maar de lieverd is door de jaren heen kleiner gebleven dan haar broertje) liet de muziek ietwat achterwege, maar dit is te allen tijde geaccepteerd.

Zelf ben ik vanaf mijn negende levensjaar in de ban geraakt van drummen. Geen idee waarom, maar het instrument begon mij te fascineren. Op aanraden van mijn moeder begon ik destijds aan drumles. Mijn voormalig leraar is een vast lid van de militaire kapel. Jawel, de kapel die in opdracht van en voor het Koninklijk Huis speelt. Mening keer kwam hij, Roland, opdraven in zijn legertenue om mij wegwijs te maken met drumstokken en een drumstel.

Mijn ouders waren en zijn fan van klassieke muziek. Mijn vader kon daarnaast jazz waarderen. Met name Dixieland, de vroege stijl van jazzmuziek ontstaan in New Orleans, kon zijn attentie te allen tijde hebben. Mijn ouders gingen vroeger samen naar jazzconcerten. Dit hoorde ik dus vandaag pas. Waarschijnlijk weigerde mijn zusje en ik om maar enigszins in de buurt van het concertgebouw te willen komen.
Waardeloze muziek vond ik jazz. Om gek van te worden. Tot enkele maanden terug. De muziek, beter bekend als jazz, is mij gaan integreren. Wie had dat gedacht? Ik niet in ieder geval. Maar wat is het mooi. Er zit een geluid in dat je brengt naar plekken die je enkel kent wanneer je een fijne droom ervaart. Het is zo. De tijdloze jazz. De jaren '20 en '30 die ineens ten tonele komen. Sindsdien worden mijn bovenbuurmeisjes - sorry sorry, Lisan en Milet - gek van onder andere Billie Holiday, Glenn Millers, Louis Armstrong en Miles Davis. Niet alleen ik, maar ook Bart, mijn huisgenoot, is in de ban geraakt door deze muziek. Wanneer hij thuiskomst, dan is de eerste vraag: ''Waar is de jazz?'' ''Drew, waarom hoor ik geen jazz?'' Vervolgens zet ik jazz op en onder het genot van een drankje vertoeven we op ons balkon in de zon. Heerlijke bezigheid na een drukke werkdag.

Jaren terug had ik niet verwacht deze muziek te kunnen en willen waarderen, maar vandaag de dag bewijst zich dat het wel degelijk zo is. Ga ik, al dan niet met anderen, langs kroegen om jazz-momenten te ervaren. Café Hofman in Utrecht heeft maandelijks een jazzmiddag. Niet te vergeten: zondag 24 mei vindt het Jazzfestival weer plaats in Utrecht. Vriendinnetje Josephine, eveneens fan, joint mij dan om te genieten van deze muziek. Dansjes, drankjes en genieten van jazz bij Janskerkhof.

Hoe dan ook: muziek verbindt, muziek blijft verbinden. En daarvoor dank.



woensdag 19 november 2014

Hoi, ik ben dus geadopteerd.

''Adoptie is als je moeder een vreemde wordt, en een vreemde je moeder.'' - onbekend

Sinds mijn 15e heb ik contact met Sumi, één van de twee meisjes waarmee ik 26 jaar geleden naar Nederland kwam. Destijds was Hyves de social media waar men gebruik van maakte in Nederland. De gebruikelijke beleefdheden gingen van tijd tot tijd over en weer. ''Gefeliciteerd met je verjaardag!'', ''Leuke profielfoto zeg!'' en vul zelf maar in wat je zoal vermeldt op social media. Dit is ongeveer 11 jaar - ondertussen maakte ook wij de overstap naar Facebook - ons contact geweest. Tot voor kort.

Na het plaatsen van een foto van onze aankomst te Schiphol op Facebook door Sumi, reageerde ik daarop en was daarmee het begin ingeluidt van ons 'echte' contact. Binnen mum van tijd gingen gesprekken digitaal over en weer, wordt er geregeld gebeld. De hoofdvraag kwam snel ten tonele. ''Waarom hebben wij elkaar nog nooit ontmoet?'' Ja, waarom eigenlijk niet? Voor ik het wist stelde ik voor om dat moment dan maar eens aan te laten breken. Na 26 jaar mag dat ook wel eens tijd worden, concludeerde wij. Het was bizar te ervaren hoe natuurlijk ons eerste telefoongesprek verliep, hoezeer wij op elkaar lijken wat betreft onze gedachtegang. Alsof er geen 26 jaar tussen heeft gezeten. Ineens herinnerde ik mij een foto in mijn fotoboek. Een foto die mijn ouders ontvingen vanuit India voordat ik aankwam in Nederland. Wat blijkt, op die foto liggen Sumi en ik in een bedje in het kindertehuis in New Delhi, India. Deze foto hebben Sumi en haar ouders niet, vandaar dat het een mysterie bleef. Nou, dat mysterie is nu ook na 26 jaar opgelost.
Sumi wist mij te melden dat ze de video van onze aankomst kan dromen. ''Ehm, pardon, Sum? Welke video?'' ''Die die je vader gemaakt heeft toen wij aankwamen te Schiphol, ken je die niet?'' Nee, die kende ik dus niet. Na 26 jaar kreeg ik ineens te horen dat er beeldmateriaal is van onze aankomst. Waar ik de foto's van onze aankomst op mijn netvlies heb staan, maakte een gevoel van opwinding zich meester van mij. Er zijn beelden die ik 26 jaar niet gezien heb. Mijn moeder bevestigde, na eerst vol lof gesproken te hebben over hoe fijn ze het vindt dat Sumi en ik intensief contact hebben en dat ze na jaren weer contact op gaat nemen met haar moeder - tot 5 jaar geleden hadden onze moeders contact met elkaar, door de verbouwing bij Sumi haar ouders 5 jaar geleden, dit meldde Sumi mij onlangs, verloor men de gegevens -, dat de video bestaat en ergens in mijn ouderlijk huis ligt. ''Heb je die echt nooit gezien?'' ''Nee mam, anders had ik dat wel aangegeven...'' 
Afgelopen zondag heb ik de videobeelden gezien. Zag ik voor de eerste keer mijn blik en glimlach naar mijn moeder toen ze zich boven mijn reiswiegje boog. Zag ik voor de eerste keer mijn zusje diep onder de indruk van alles dat om haar heen gebeurde. Zag ik de blijdschap bij de ouders van Sumi en Tania. Zag ik de beelden van mijn eerste badje. Zag ik de eerste keer dat mijn zusje mij de fles gaf. Een hoop indrukken die ik tot vandaag de dag nog niet geheel een plek kan geven. Het gevoel dat zich meester over mij heeft gemaakt is nog niet te verklaren. Ondanks het feit dat ik een hulpverlener ben, dit keer laat ik het op mij afkomen. Ga ik niet analyseren of dingen proberen te verklaren. Wel zoek ik zo nu en dan naar punten van herkenning bij Sumi. Zij op haar beurt kan het beamen. Oké, eerlijk bekennen: op die manier ben ik er dan toch stiekem mee bezig.
Velen heb ik door de jaren heen gesproken over het feit dat ik geadopteerd ben. Het sprak bij mij voor zich daar zonder enige moeite over te praten. Dat is nog steeds zo, al heb ik nu wel iemand 'gevonden' waarbij mijn verhaal beaamt wordt. Waar erkenning en herkenning aanwezig zijn. Niets ten nadele voor een ieder waarmee ik door de jaren gesproken heb. Nee, absoluut niet. Tevens is het ook niet zo dat ik ineens wil weten wie mijn biologische ouders zijn en dat soort vragen. Nee, de reden van mijn adoptie lijkt mij voor de hand liggend. Meer dan hen dankbaar zijn dat ik afgestaan ben is voldoende voor mij. Voor nu, in ieder geval.

Volgende week maandag is het zover. Ga ik het meisje ontmoeten dat ik ken van de foto's, van de social media, van de telefoongesprekken en van de videobeelden. Dat ik het spannend vind kan ik niet ontkennen, evenals het feit dat ik er met veel zin naar uitkijk. Het heeft dan 26 jaar mogen duren, maar ach, je biologische ouders vind je ook niet binnen een dag, zullen we maar denken.


woensdag 29 oktober 2014

Alles in High-definition


Als kind vond ik het leuk om de bril van één van mijn ouders op te zetten. De kunst was om binnen 5 seconden scherp te kunnen zien. Keer op keer faalde ik, mede door het feit dat zij dusdanig 'last' hebben van hypermetropie en/of myopie dat het voor mij onbegonnen werk betrof. Wel leverde het minimaal 30 minuten gedesillusioneerd, gedesoriënteerd het leven doorkomen en hoofdpijn op. Eén ding was voor mij zeker: ik wil nooit, maar dan ook nooit een bril.

Onlangs had ik een borrel met collega's - goh, wanneer eens niet hoor ik sommigen denken. Eén van hen is zo nu en brildragend. Wat? Nou, ze heeft een dusdanig lage sterkte dat de bril niet te allen tijde gedragen hoeft te worden. Het kind in mij kwam omhoog, ik moest en zou weten of ik dan eindelijk eens succes zou boeken met het spelletje dat ik als kind speelde. Nog voor de bril op mijn neus stond, ervoer ik dat de wereld ineens en stuk mooier om mij heen was. Het spel dat ik dacht te gaan spelen was prompt niet meer leuk, de lol was verdwenen. Enige tijd bleef ik alles en iedereen als een malle aanstaren en observeren, puur omdat het kon. Het was alsof ik alles ineens in HD zag. Waar ik voorheen dacht prima van ver af te kunnen lezen, daar ervoer ik dat het met de bril pas echt goed te lezen was en hoe onscherp mijn zicht daadwerkelijk betreft. Oké, ik was mij bewust van het feit dat mijn zicht de laatste jaren minder werd. Maar een oogtest bleef uit.

Tot gisteren. Na de nodige moed verzameld te hebben, stapte ik op de fiets en begaf mij richting de binnenstad. Maar waar bevonden de opticiens zich eigenlijk, en welke opticien is goed? Snel belde ik met mijn steun en toeverlaat, en niet te vergeten een die hard brildrager: mijn moeder. Zij wist mij nauwkeurig te melden welke opticien de moeite waard is, en benadrukte dat mijn zorgverzerking van betekenis kan zijn. Er komt meer bij kijken dan ik dacht, en dan was ik nog niet eens bij een opticien.
De eerste die ik trof was Specsavers. Men raadde mij een korte test aan, mocht daar iets uitkomen dan kon ik een vervolgafspraak maken. En jawel, er kwam iets uit. Niet dat ik ineens een 'schele Harry' ben, maar een bril kan mij het weer gemakkelijk lezen van ver af en vermoeidheid ten goede komen. 

Gisterenavond had ik een uit etentje met een vriendinnetje. Toen ik op een gegeven ervoer dat ik het etiket van de fles wijn niet meer helder zag, en nee dat kwam niet door de hoeveelheid wijn, besefte ik mij dat het toch echt tijd wordt om iets aan mijn zicht te doen.
Vanmiddag mag ik terugkomen voor mijn vervolgafspraak, daarna mag ik een bril gaan uitzoeken. Dus ja, mijn woorden die ik jaren geleden geuit heb na het spelen van het spelletje, neem ik bij dezen terug: ik wil namelijk best een bril. Hallo wereld in High-definition, je wordt alleen maar mooier.



zaterdag 20 september 2014

Vriendschap is helemaal geen illusie, Henk Westbroek

Het mooiste van alles dat wijsheid ons biedt om het leven prachtig te maken, is zonder twijfel vriendschap  -  Epicurus.

Afgelopen donderdag trof ik na maanden weer één van mijn beste vrienden in Rotterdam. Hij maakt sinds een tijd onderdeel uit van de cast van één van de vele shows van Cirque du Soleil.
Het was als vanouds. Inmiddels is de groep waar wij deel van uitmaken gewend dat hij soms voor maanden 'de hort op is'. Onder het genot van biertjes en een burger bij de Biergarten, werden onze levens van de afgelopen maanden besproken. Na afloop volgde er een omhelzing bij Rotterdam CS, en volgde de woorden die ik inmiddels vaker tegen hem had gezegd: ''Hou je taai, gozer, tot over enkele maanden weer.''

De groep waar wij deel van uitmaken kent elkaar van jongs af aan. Sommigen ken ik langer dan 20 jaar. Voor ons is het normaal en vanzelfsprekend dat de vriendschap gebleven is, en dat wij elkaar van tijd tot tijd zien en iedere jaar getrouw één of meedere stedentrips maken. Maar zo normaal en vanzelfsprekkend is dat niet, zo blijkt. Enige tijd terug besprak ik dit onderwerp met de moeder van mijn vriendin. Haar conclusie was dat het uniek is dat ik, net als haar dochter, langdurige vriendschappen intact weet te houden. Naderhand besprak ik dit met mijn vriendin. Wij waren het eens dat het voor ons normaal is, maar naarmate wij verder spraken realiseerde wij ons dat er ook vele vriendschappen verloren zijn gegaan gedurende de jaren. Dat wij mensen om ons heen kennen die pas sinds een paar jaar vriendschap hebben met elkaar. Het onderwerp begon mij te intrigeren. Waar het tot voorkort de normaalste zaak van de wereld was, daar ging ik ineens nadenken over mijn vriendschappen.

Met mijn vrienden ben ik opgegroeid. Waar wij de basisschool, middelbare school en een vervolgstudie doorliepen, daar bevinden wij ons nu in het volwassenen leven. Enkele maanden geleden gaf de bovengenoemde vriend aan dat hij zijn vriendin ten huwelijk gevraagd heeft. Enkele weken geleden volgde een andere vriend uit de groep. Hij bevindt zich met zijn vriendin voor enkele jaren in een uithoek van Noorwegen. Op den duur arriveert de fase dat men gaat en wilt trouwen, maar toch had het anders gevoeld wanneer een willekeurig persoon mij had gemeld te gaan trouwen. De vrienden in kwestie zie ik nog voor mij als kleine jochies, ondanks dat wij dat niet meer zijn, maar met hen heb ik vele herinneringen. Kan ik van sommigen nog heugen dat zij 10 jaar geleden spontaan moesten overgeven bij het horen van de woorden 'samenwonen' en 'trouwen'. Grappig hoe dat kan veranderen. Het leven verandert waar je bij bent, maar je beseft pas dat je er bij bent als het daadwerkelijk aan het veranderen is of reeds veranderd is.

Ondanks dat mijn vriendengroep elkaar niet meer frequent ziet, de vriendschap is er en zal wat ons betreft ook blijven. De één zit van tijd tot tijd in het buitenland voor zijn werk, de ander zit nog enige tijd in het buitenland met zijn aanstaande vrouw, weer een ander heeft een huis gekocht en gaat samenwonen, de anderen hebben hun leven in een andere stad en een dusdanige drukke baan dat afspreken er soms bij in schiet. Kleine jongetjes zijn groot aan het worden. We beginnen aan het volwassenen leven, ook al weten we allemaal dat we ons daar al enige tijd bevinden. Maar één ding is zeker: de vriendschap zal blijven, hoe dan ook. Dus neem je woorden maar terug met dat liedje van je, Henk Westbroek. Voor ons zal dat nooit en te nimmer gelden.

maandag 14 oktober 2013

En toen ging men leven

Partir, c'est mourir un peu; c'est mourir à ce qu'on aime. On laisse un peu de soi-même en toute heure et dans tout lieu. - Rondel de I'adieu (1891)

Het is waar, afscheid nemen is een beetje sterven. Zo ervaar ik het tenminste. Hetgeen waarvan ik hou tijdelijk te moeten missen is zwaar. Je kunt niet meer even langsgaan bij hem of haar, mist belangrijke en mooie momenten van elkaar waarvan je had gehoopt die momenten samen te kunnen beleven, delen, mee te maken.


Door de jaren heen zijn vrienden van mij tijdelijk vertrokken naar een ander oord. Dat was in het kader van studie of werk. De dagen werden afgeteld, de laatste borrels werden gehouden. Tot op Schiphol leek alles in kan en kruiken, totdat men door de douane ging en uit het zich verdween. ‘’Tot over een paar jaar weer’’, dat was de enige gedachte die binnenkwam. Ondanks dat het voor een goed iets was, het gemis ontstond snel. Op zich ook niet gek als je bedenkt dat mijn vriendengroep uit dames en heren bestaat waarvan ik sommigen al 20 jaar of langer ken.
Twee weken terug is een goed vriendinnetje van mij voor een jaar naar Azië vertrokken. Het plan was er al jaren, de uitvoering vindt nu plaats. Samen nog een dagje weg zoals we ieder jaar doen, uit eten in ‘ons’ restaurant in Rotterdam. Het was mooi om te lezen hoe zij haar idee over haar reis beschreef: Een andere cultuur leren kennen, te zien en te proeven. Om mijn eigen wereld een beetje te vergroten. Om mezelf tegen te komen. Mijn breekpunt zoeken en vervolgens mezelf weer bij elkaar zien te rapen. Deze dingen zullen zeker gaan gebeuren. De vraag is alleen, wanneer? Wat is daar gek aan om dat te willen?
Gelijk heeft ze. Als je de drang en kans hebt, ga er dan voor. Wat voor nut heeft het om thuis te blijven, mee te gaan met het gros van de maatschappij en ‘ongelukkig’ te worden door hetgeen dat je doet, en bovenal wat je niet gedaan hebt.
Over een week vliegt er weer een vriend uit. Jarenlang loopt hij met het idee tijdelijk in het buitenland te willen werken. Afgelopen stedentrip met mijn vriendengroep kreeg hij het verlossende telefoontje. Gelukkig zoeken zijn vriendin en hij het dichter bij huis. Alhoewel het met meerdere overstappen toch nog 6 uur vliegen bedraagt naar het Noorse deel waar men zich gaat huisvesten.
Over 2 maanden keert een ander vriendinnetje weer terug van haar roadtrip door Australië. Aan de foto's en de ontvangen berichtjes is te merken en op te maken dat het haar goed doet, dat de trip haar hetgeen brengt waarnaar ze zocht. In één klap verandert mijn gemis in voldoening. Haar doel is bereikt.

Het stukje loslaten en vrijheid is de laatste tijd actueler geworden. Dit komt door het feit dat ik werkzaam ben met mensen die tijdelijk geen vrijheid meer hebben. Voor sommigen zal de vrijheid na hun vrijlating nooit meer terugkeren zoals het ooit was. Draagt men hetgeen dat men gedaan heeft voor de rest van hun leven met zich mee. Als sociotherapeut in een forensisch psychiatrisch centrum hoor en zie ik van alles. Om nog maar te zwijgen over de strafdossiers die ik gelezen heb.
Daar waar mijn vrienden hun droom achterna gaan, het elders ter wereld op gaan zoeken, daar loop ik na een dienst de deur uit en laat ik mijn patiënten achter. Ik loop de vrijheid tegemoet, mijn vrienden vinden hun vrijheid waar dan ook ter wereld, mijn patiënten blijven daar waar sommigen van hen al jaren verblijven.
Het merendeel van de patiënten hebben hun delict begaan zonder er zelf de fout van in te zien. Voor de leken onder u is dat niet te begrijpen. Ik begrijp dat enigszins wel (lees: dit houd dus niet in dat ik hun delict goedkeur, laat dat duidelijk zijn). Op mijn beurt kan ik mij wel druk maken om de twijfelaars in het leven. De personen die de stap niet durven te zetten naar misschien wel een beter iets. Men is vastgeroest in hetgeen dat men doet, gehospitaliseerd, krijgt niet de juiste steun van de omgeving om datgeen te gaan doen dat men gelukkig kan maken. Kansen blijven liggen, de onrust en het verlangen blijft aanwezig. Want vind je daadwerkelijk jezelf aan de andere kant van de wereld? Ik ben van mening dat dat zeker mogelijk is. Een heel andere cultuur, op jezelf aangewezen zijn, nieuwe mensen ontmoeten, heb je nog meer ingrediënten nodig?
De plek waar ik mezelf vond is New York. Altijd wilde ik er al heen, toen ik er voor de eerste keer heenging, toen bracht het mij waarop ik hoopte. Het bracht zelfs meer dan dat. Dit is nu jaren geleden. De keren dat ik er ben, dan brengt het nog steeds die rust, dat gevoel dat ik jaren terug voor de eerste keer ervoer. Hoe men de stad kent, chaotisch en druk, altijd in beweging en ondernemend, zo ben ik ook. De stad typeert hoe ik ben.

Stop met twijfelen, leef je droom na. Brengt de droom toch niet hetgeen waarop je hoopte? Niet getreurd, je weet tenminste dat je het geprobeerd hebt, aan doorzettingsvermogen en wilskracht zal het in ieder geval niet liggen. En wie zegt dat je door de teleurstelling niet hetgeen gevonden hebt waarvan je dacht het elders te moeten vinden? De weg kan nog zo lang zijn, maar je hebt de tijd, met vallen en opstaan zal bereikt kunnen worden wat te bereiken valt. Naar mijn mening is de enige teleurstelling in het leven namelijk het feit dat je iets niet geprobeerd hebt.

dinsdag 27 augustus 2013

We worden volwassen (of toch niet?)

Binnenkort ga ik samenwonen met een vriend van mij. Hij woont tijdelijk in een kamer van een meisje dat zich momenteel bevindt in Argentinië; ik wil goedkoper gaan wonen. Het idee ontstond op een feestje van Melissa, een gezamenlijk vriendinnetje van ons. Er waren nog maar enkele biertjes gedronken, het idee moest dus gemeend zijn. Na het concept besproken te hebben, vonden we het toch een beter idee om de drankjes en de mensen om ons heen van aandacht te voorzien. ''We praten later wel verder'', waren onze laatste woorden die avond over het idee.
De ochtend daarna schrok ik wakker op m'n bank, Bart ontwaakte in zijn eigen bed. Beetje bij beetje probeerde ik de nacht terug te halen. ''Wat is er allemaal gebeurd vannacht?'' En toen wist ik het ineens weer: Bart en ik willen gaan samenwonen! Is dat voor, tijdens of na het dronkenschap besproken? Lichtelijk in paniek belde ik hem op. Na eerst aan te moeten horen hoe brak hij zich voelde, gooide ik de vraag op tafel. ''Bart, wat hebben wij gisteren besproken?'' Hetgeen dat ik vermoede klopte.

Na ons gesprek begon ik te wennen aan het idee. Het betrof een totaal nieuw avontuur. Een avontuur dat ik nog niet eerder heb meegemaakt. Mijn avontuur in Utrecht ben ik begonnen in een studentenhuis - zonder meer een mooie tijd, daarna samen met mijn ex-vriendinnetje en vervolgens betrok ik een appartment in de binnenstad van Utrecht. Het is jammer dat ik mijn plek in de binnenstad op ga geven, maar goed, dat wist ik al voordat ik daar ging wonen. Omdat ik zo graag nog eens echt in de binnenstad wilde wonen, stemde mijn ex-vriendinnetje toentertijd toe dat ik voor enige tijd zelfstandig een appartement zou betrekken aldaar - op voorwaarde dat zij en ik vervolgens samen een plekje zouden zoeken en betrekken, dat dan weer wel. Zij vond het echter stiekem ook wel heel fijn om na het stappen kruipend huiswaarts te kunnen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alle winkels zich ineens op loopafstand bevonden. De relatie eindigde, ik bleef wonen waar ik woon. Ondertussen hoor ik momenteel de begintune van Friends alwaar The Rembrandts zingen ''So no one told you your life was gonna be this way...''

Ik was net afgestudeerd, had geen studiefinanciering meer, had nog geen vaste baan, het huren begon ietwat prijzig te worden. The Rembrandts zingen door  ''It's like you're always stuck in second gear...'' Het vooruitzicht van het nieuwe avontuur met Bart begon goed aan te voelen. We waren het er nog niet over eens in welke wijk we wilde gaan wonen. Blijven we in het centrum? Genieten de ietwat rustigere wijken toch meer onze voorkeur? Die vragen kwamen bij ons op. We besloten de makelaars die Utrecht kent maar eens te raadplegen. Al snel kregen we door dat het aanbod tegenviel. Vonden we iets leuks, dan was het per direct. Dat kwam toch ietwat snel.
En toen uit het niets werd ik getipt door een collega. Hij kende iemand die haar appartement wilde verhuren. Het klonk te mooi om waar te zijn na de beschrijving van het appartement. Ons idee van een appartement delen was nog vers. Na contact opgenomen te hebben met de verhuurster, na een kijkavond de nodige biertjes op het Ledig Erf te hebben genuttigd en de voors en tegens besproken te hebben, kwamen we tot de conclusie dat deze kans niet aan ons voorbij mocht gaan. We gaan ervoor, zo concludeerde we.

Inmiddels zijn de contracten getekend. Het avontuur gaat binnenkort beginnen. Beetje bij beetje ben ik mijn appartement aan het leegruimen, worden de verhuisdozen voller en voller.
Bart en ik hebben inmiddels uitvoerig nog eens alle seizoenen van Friends bekeken. Dit om alvast in de stemming te komen van hoe het zal moeten gaan worden bij ons thuis. Nu maar hopen op drie goedlachse overbuurmeisjes en onze serie is bijna compleet. Wie de rol van Ross zal gaan vertolken blijft nog in het midden.
Daarnaast hebben hij en ik respectievelijk opdrachten bij Eneco binnen weten te slepen en een baan binnen de forensische psychiatrie.
Waar het tot een maand geleden nog allemaal gewoon en onzeker begon te worden, daar is er in korte tijd een hoop veranderd. We worden beetje bij beetje volwassen. Toch zullen Bart en ik altijd jongetjes blijven. Zeker nu wij samen gaan wonen. Het is net als de maandelijkse periode van dames die samenwonen. Bart en ik gaan er alles aan doen elkaar jong te houden. Het lukt ons al jaren, het wordt straks alleen maar gemakkelijker.
De befaamde vrijdagavondborrel gaat twee locaties verliezen, maar krijgt er een toplocatie voor terug. Melissa, onze enige echte weiger-dj zal er ongetwijfeld tevreden mee zijn - ja zelfs op het moment dat er een poes rondloopt.
Hoe het zal worden, hoe het zal zijn blijft nog een onbekend mysterie. Een mysterie dat Bart en ik van harte gaan ontrafelen. 

Het liedje loopt ten einde, The Rembrandts zijn bijna klaar. Nog één zin, deze is ook voor jou, Bart - puur platonisch: ''I'll be there for you 'cause you're there for me too.''