Feyenoord beleeft een dramatische competitiestart, de New York Yankees ervaart een treurig seizoen. Echter zijn vaak enkel de supporters teleurgesteld, althans zo lijkt het. De sporters krijgen hun salaris toch wel. Dan maar weer geen landstitel of de World Series winnen. Het zij zo.
Afgelopen donderdag ben ik aangenomen bij een tbs-kliniek. Na een goed gesprek, enthousiast gemaakt te zijn door mijn leidinggevende, heb ik mijn handtekening gezet op de daarvoor bestemde contracten en documenten. Het voelde niet als een sollicitatiegesprek, meer als een luchtig en werk-gerelateerd gesprek met collega's. Na ongeveer 5 minuten zakte ik dan ook iets meer onderuit in mijn stoel, en kwam mijn 'kom maar op'-houding ten tonele. In nog geen half uur was alles rond - men stelde voor om het arbeidsvoorwaardengesprek ook plaats te laten vinden, ik was er nu toch. Voor ik het wist was ik weer door de detectiepoortjes en stond ik buiten voor het gebouw - een gebouw dat er overigens heel somber uitziet met tralies voor de ramen, zelfs tijdens een mooie zomerse dag.
Aldaar ga ik ook onderdeel uitmaken van een team. Net als een sportteam zal ik gaan moeten vertrouwen op mijn teamleden, op hen ingespeeld zijn. Het is soms net als een potje voetbal. Iedereen op het veld heeft hetzelfde doel voor ogen. De bal moet het doel in van de tegenstander, het liefst eindigt men met dubbele cijfers. Kan dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Heb je geluk, dan blijft een straf uit. Met een beetje geluk krijg je enkel een gele kaart. Mocht het echt te ver gaan, dan volgt er een rode kaart en mag je gaan douchen. Maar ach, je wordt hooguit een paar wedstrijden geschorst. Niets aan de hand, na een korte periode is iedereen het toch weer vergeten. Op zich ook wel lekker om even 'vrij' te zijn. Het salaris zal er niet snel minder om worden.
Bij mij zal dat straks anders zijn. Kan ik tijdens een 'fout aangespeelde bal' niet nonchalant mijn schouders ophalen, het veld aflopen met opgeheven hoofd. Nee, dat kan niet. Op het moment van een incident, een crisis, wanneer mijn pieper een signaal afgeeft dat een collega in nood is, dan moet ik er staan. Je moet op elkaar ingespeeld zijn. Op dat soort momenten moet je er voor elkaar zijn. Anders dan in de reguliere psychiatrie zal het vertrouwen in de teamleden nog groter zijn. Je moet wel. Zonder elkaars steun, wetende dat je collega's je rug dekken indien nodig, is werken op een afdeling niet te doen. Niet dat het onderlinge vertrouwen ontbreekt in een team van de reguliere psychiatrie, maar de werkomgeving in de forensische psychiatrie is doorgaans anders, heftiger. Je bent meer op je hoede, werkt met de grootste en ziekste misdadigers van Nederland, draagt niet voor niets een pieper en hebben klinieken hun eigen calamiteitenteams.
Waar ik mezelf voorheen druk kon maken om een verloren wedstrijd van Feyenoord, het mislopen van World Series van de Yankees - zwaar chagrijnig als aartsrivaal Boston Red Sox de finale wel bereikte en ook nog eens won, daar is dat vandaag de dag naar de achtergrond verdwenen. Winnen de teams het dit jaar niet, dan is er altijd nog een volgend jaar. Domme pech, jammer, wie weet dat het volgend seizoen beter gaat.
Dit is echter niet te zeggen in mijn vakgebied. Schat een collega een situatie verkeerd in; schat ik een situatie verkeerd in, dan kan het zomaar zijn dat er geen volgend 'seizoen' meer in zit. En geloof me, er komt niet zomaar een nieuwe collega transfervrij voor terug van een andere kliniek. En nee, er wordt ook geen miljoenen voor betaald.
Na dit op papier gezet te hebben, klinkt het allemaal dramatisch, alsof er altijd maar ellende plaatsvindt. Dat is niet zo. Het is algemeen bekend dat een tbs-kliniek veiliger is dan een café. In een kliniek weet je wie je tegenover je hebt, wie er binnen luttele seconden na de alarmknop van je pieper ingedrukt te hebben allemaal naast je staan om te helpen. In een café weet je doorgaans niet wie je tegenover je hebt, wie je rug dekt.
Met gezonde angst en zin ga ik het avontuur tegemoet. Zal het mijn debuut gaan worden op het gebied van de forensische psychiatrie. Stap ik straks net als een honkballer voor het eerst naar de slagplaat. Ogen zullen gericht op mij zijn, mensen houden mij in de gaten. De pitcher zal ik enkele keren diep in de ogen kijken om te bespeuren wat voor soort worp hij zal gooien. Iets dat ik iedere slagbeurt zal blijven doen. De eerste innings word ik uitgetikt of betreffen het vangballen in het voordeel van de tegenpartij. Terug in de dugout praten teamleden mij moed in. "Je kunt dit, Andrew, geef niet op, wij geloven in je." Zelfverzekerd na de peptalk verlaat ik de dugout en begeef ik mij opnieuw naar de slagplaat. Even lijkt het erop dat de pitcher weer gaat winnen, maar na twee slag is het raak. Ik sluit mijn ogen, haal diep adem en haal vernietigend uit met de knuppel. Er valt een doodse stilte. Dan hoor ik het publiek en mijn teamleden uit hun dak gaan. Als ik mijn ogen weer open zie ik het met sierletters op het scorebord staan: homerun.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten